Header

Binck Bank


1. Algemeen


Bedrijfsinformatie
BinckBank N.V., opgericht en gevestigd in Nederland, is een naamloze vennootschap naar Nederlands recht waarvan de aandelen openbaar worden verhandeld. Het adres van de statutaire zetel van BinckBank N.V. is Vijzelstraat 20, 1017 HK Amsterdam. BinckBank N.V. bemiddelt als (internet)broker in effecten- en derivatentransacties ten behoeve van zowel particuliere als professionele beleggers. De dochteronderneming Syntel Beheer B.V. is gespecialiseerd in de ontwikkeling van software voor het verwerken en administreren van effectentransacties voor financiële instellingen. Hierna zal de naam ‘BinckBank’ worden gebruikt ter aanduiding van BinckBank N.V. en haar dochter­ondernemingen.

De geconsolideerde jaarrekening van BinckBank voor het boekjaar eindigend op 31 december 2009 is opgesteld door het bestuur van BinckBank en goedgekeurd voor publicatie ingevolge het besluit van het bestuur en de Raad van Commissarissen van 18 februari 2010. De jaarrekening over 2009 wordt vastgesteld op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 26 april 2010.

Bestuur:

K.N. Beentjes (voorzitter)

E.J.M. Kooistra (CFO)

P. Aartsen

N. Bortot

Commissarissen:

C.J.M. Scholtes (voorzitter)

J.K. Brouwer

L. Deuzeman

A.M. van Westerloo


Presentatie jaarrekening
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de door de International Accounting Standards Board vastgestelde en door de Europese Commissie goedgekeurde standaarden, hierna te noemen International Financial Reporting Standards (IFRS).

De geconsolideerde jaarrekening luidt in euro’s en alle bedragen zijn afgerond naar duizendtallen (€ ’000), tenzij anders is vermeld.

Effect van nieuwe, gewijzigde en verbeterde standaarden

Nieuwe en gewijzigde IFRS-standaarden en IFRIC-interpretaties die van kracht zijn voor boekjaren beginnend op 1 januari 2009

BinckBank heeft de volgende nieuwe en gewijzigde IFRS-standaarden en IFRIC-interpretaties ingevoerd die van kracht zijn voor boekjaren beginnend op 1 januari 2009:

  • IAS 1 - Presentatie van de jaarrekening. De gewijzigde standaard onderscheidt mutaties in het eigen vermogen die voortkomen uit recht­streekse transacties met de eigenaars van de vennootschap ten opzichte van overige mutaties. Het mutatieoverzicht van het eigen vermogen bevat de gedetailleerde gegevens over de rechtstreekse transacties met de eigenaars, waarbij de overige mutaties afzonderlijk per eigen-vermogenscomponent worden gepresen­teerd. Daarnaast introduceert de standaard een overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, waarin alle in de winst- en verlies­rekening opgenomen baten en lasten worden gepresenteerd, evenals alle niet-gerealiseerde resultaten die buiten de winst- en verliesrekening zijn verwerkt. Dit kan ofwel in één overzicht worden opgenomen ofwel in twee onderling samenhangende overzichten. De presentatie van vergelijkende cijfers over voorgaande periodes zijn aangepast.
  • IFRS 7 - Financiële Instrumenten: Informatie­verschaffing. Onderdeel van de herziene standaard zijn verbeteringen in de toelichting van de reële waarde van financiële instrumenten. De standaard vereist een toelichting per klasse van de drie niveaus van financiële instrumenten welke op reële waarde worden gewaardeerd en specifieke toelichtingen van reclassificaties van financiële instrumenten tussen de niveaus. Tevens zijn gedetailleerde toelichtingen vereist van financiële instrumenten opgenomen in niveau 3. Verder zijn de toelichtingen aangepast van de liquiditeit van derivatentransacties en activa die worden gebruikt bij liquiditeits­management.
  • IFRS 8 - Operationele segmenten. IFRS 8 vervangt IAS 14 - Gesegmenteerd informatie. IFRS 8 vereist dat de financiële en beschrijvende informatie die over bedrijfssegmenten wordt gerapporteerd hetzelfde moet zijn als de informatie die intern wordt gebruikt voor het beoordelen van de resultaten van bedrijfssegmenten en bij de besluitvorming over de toewijzing van middelen. BinckBank gebruikt voor interne prestatiemeting dezelfde prestatiemaatstaven en rapportage­structuren als voor de externe verslaglegging.

De volgende nieuwe en gewijzigde IFRS-standaarden en IFRIC-interpretaties zijn verplicht vanaf 1 januari 2009 maar hebben geen effect op de financiële positie en resultaten van BinckBank:

  • IFRS 2 – Op aandelen gebaseerde betalingen
  • IAS 23 – Financieringskosten
  • IAS 32 en IAS 1 – Financiële instrumenten met terugneemverplichting en verplichtingen bij liquidatie
  • IFRIC 9 en IAS 39 Herbeoordeling van in contracten besloten derivaten
  • IFRIC 13 – Loyaliteitsprogramma’s
  • IFRIC 14 en IAS 19 – De limiet voor een actief uit hoofde van een toegezegd-pensioenregeling, vereisten inzake minimale financiering en de wisselwerking hiertussen

Verbeteringen van IFRS-standaarden
In mei 2008 heeft de IASB een eerste bundel met wijzigingen van de standaarden gepubliceerd, hoofdzakelijk bedoeld ter verwijdering van inconsequenties en ter verduidelijking. Voor iedere standaard gelden verschillende overgangs­bepalingen.

  • IAS 23 Financieringskosten: De definitie van financieringskosten is herzien, als gevolg waarvan twee afzonderlijke componenten van de ‘financieringskosten’ (rente op leningen o/g en amortisatie), tot één begrip zijn gecombineerd: de rentelast die conform IAS 39 onder toepassing van de effectieve-rentemethode wordt berekend. BinckBank heeft haar grondslag overeenkomstig aangepast, hetgeen geen wijziging in haar financiële positie tot gevolg had.
  • IAS 27 De geconsolideerde jaarrekening en de enkelvoudige jaarrekening: Deze aanpassing verduidelijkt dat indien een moedermaatschappij in haar enkelvoudige jaarrekening een dochter­onderneming conform IAS 39 tegen reële waarde opneemt, deze verwerking wordt voortgezet nadat de dochteronderneming vervolgens als voor verkoop aangehouden wordt geclassificeerd. Deze aanpassing heeft geen effect op de financiële positie en resultaten van BinckBank.
  • IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen:
  • Deze aanpassing betreft een vermindering van de informatieverschaffing voor entiteiten indien de verantwoording van geassocieerde deelnemingen overeenkomstig IAS 39 geschiedt. Indien een geassocieerde deelneming conform IAS 39 tegen reële waarde wordt opgenomen, is (aangezien zij dan van de voorschriften van IAS 28 is vrijgesteld) slechts het voorschrift van IAS 28 van toepassing dat informatie moet worden verstrekt omtrent de aard en de mate van eventuele belangrijke beperkingen voor de geassocieerde deelneming om middelen aan de entiteit over te dragen in de vorm van contanten of om leningen terug te betalen.
    Verder wordt verduidelijkt dat ingeval van toetsing op bijzondere waardevermindering (met inbegrip van een eventuele terugneming van een bijzonder waardeverminderingsverlies) een investering in een geassocieerde deel­neming als één actief wordt beschouwd. Een eventuele bijzondere waardevermindering wordt derhalve niet afzonderlijk toegerekend aan de in het bedrag van de investering begrepen goodwill.
    BinckBank heeft haar grondslag overeenkomstig aangepast, hetgeen geen wijziging in haar financiële positie tot gevolg had.
  • IAS 31 Belangen in joint ventures: Deze aanpassing betreft een vermindering van de informatie­verschaffing voor entiteiten indien de verantwoor­ding van entiteiten waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend geschiedt overeenkomstig IAS 39. Indien een joint venture conform IAS 39 tegen reële waarde wordt opgenomen (aangezien zij dan van de voor­schriften van IAS 31 is vrijgesteld), is slechts het vereiste van IAS 31 van toepassing dat informatie moet worden verstrekt omtrent de aangegane verplichtingen van de deelnemer in de joint venture, evenals verkorte financiële informatie over de activa, verplichtingen, baten en lasten. BinckBank heeft haar grondslag overeenkomstig aangepast, hetgeen geen wijziging in haar financiële positie tot gevolg had.

Wijzigingen van de onderstaande standaarden voortkomend uit verbeteringen hadden geen effect op de grondslagen voor financiële verslaggeving, de resultaten en de financiële positie van BinckBank.

  • IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten
  • IAS 1 Presentatie van de jaarrekening
  • IAS 16 Materiële vaste activa
  • IAS 19 Personeelsbeloningen
  • IAS 20 Administratieve verwerking van overheidssubsidies en informatieverschaffing over overheidssteun
  • IAS 29 Financiële verslaggeving in economieën met hyperinflatie
  • IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa
  • IAS 38 Immateriële activa
  • IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering
  • IAS 40 Vastgoedbeleggingen
  • IAS 41 Landbouw

Nieuwe en gewijzigde IFRS-standaarden en IFRIC-interpretaties die van kracht zijn voor boekjaren beginnend ná 1 januari 2009
De volgende standaarden, aanpassingen van standaarden en interpretaties, die nog niet van kracht zijn of nog niet door de Europese Unie zijn bekrachtigd worden door BinckBank nog niet toegepast:

  • IFRS 1 Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards (herzien), van kracht per 1 januari 2010. Aangezien BinckBank niet een eerste toepasser van IFRS is, is de herziene standaard niet op BinckBank van toepassing.
  • IFRS 1 Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards – Additionele vrijstellingen voor eerste toepassers, van kracht per 1 januari 2010. Aangezien BinckBank niet een eerste toepasser van IFRS is, is de herziene standaard niet op BinckBank van toepassing.
  • IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen – in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties in een groep, van kracht per 1 januari 2010. Deze wijziging verduidelijkt de reikwijdte van de standaard en de wijze van verwerking van in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties binnen een groep.
  • IFRS 3 Bedrijfscombinaties (herzien) en IAS 27 De geconsolideerde jaarrekening en de enkel­voudige jaarrekening (gewijzigd), van kracht per 1 juli 2009. De wijzigingen krachtens IFRS 3 (herzien) en IAS 27 (gewijzigd) worden prospectief toegepast en zijn van invloed op toekomstige bedrijfscombinaties, verlies van zeggenschap over dochterondernemingen en transacties met minderheidsbelangen (minderheidsaandeel­houders).
  • IFRS 9 Financiële instrumenten, van kracht per 1 januari 2013. BinckBank verwacht deze standaard niet vóór 1 januari 2013 toe te passen en bestudeert en beoordeelt momenteel de gevolgen ervan.
  • IAS 24 Informatieverschaffing over verbonden partijen (herzien), van kracht per 1 januari 2011. BinckBank verwacht deze standaard niet vóór 1 januari 2011 toe te passen en bestudeert en beoordeelt momenteel de gevolgen ervan.
  • IAS 32 Financiële instrumenten: presentatie – Classificatie van claimemissies, van kracht per 1 februari 2010. BinckBank is tot de conclusie gekomen dat de wijziging geen effect heeft op de financiële positie en resultaten, aangezien zij geen claims in vreemde valuta heeft uitgegeven.
  • IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering – In aanmerking komende afgedekte posities, van kracht per 1 juli 2009. BinckBank is tot de conclusie gekomen dat de wijziging geen effect heeft op de financiële positie en resultaten, aangezien zij dergelijke afdekkingen niet verricht.
  • IFRIC 12 – Dienstverlening uit hoofde van concessieovereenkomsten, van kracht per 29 maart 2009 is niet van toepassing op BinckBank.
  • IFRIC 15 Overeenkomsten voor de bouw van onroerend goed, van kracht per 1 januari 2010 is niet van toepassing op BinckBank.
  • IFRIC 16 Afdekking van een netto-investering in een buitenlandse activiteit, van kracht per 1 juli 2009 is niet van toepassing op BinckBank.
  • IFRIC 17 Dividenduitkeringen in natura, van kracht per 1 november 2009 is niet van toepassing op BinckBank.
  • IFRIC 18 De verwerking van activa, ontvangen van klanten, van kracht voor transacties na 1 juli 2009 heeft geen effect op de financiële positie en resultaten van BinckBank.
  • IFRIC 19 Ruil van financiële verplichtingen voor eigen vermogensinstrumenten, van kracht per 1 juli 2010 is niet van toepassing op BinckBank.
  • Omnibus verbeteringen van IFRS-standaarden (gepubliceerd april 2009), verschillende ingangsdata.

Verandering in grondslagen
De grondslagen van waardering en resultaat zijn consistent met vorig jaar.

Belangrijke oordelen en schattingsonzekerheden
Bij het opstellen van de jaarrekening worden schattingen en veronderstellingen gemaakt met betrekking tot de opname en waardering van activa en passiva, niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen als ook inkomsten en uitgaven. De belangrijkste veronderstellingen over de toekomst en overige belangrijke bronnen van schattings­onzekerheden per balansdatum die een aanmer­kelijk risico in zich dragen van een belangrijke aanpassing van de boekwaarde van activa en verplichtingen betreffen:

Reële waarde van financiële instrumenten
Waar de reële waarde van financiële activa en financiële passiva niet van prijsnoteringen in actieve markten kunnen worden afgeleid, worden zij vastgesteld met waarderingstechnieken waarbij onder meer gebruik wordt gemaakt van kasstroom­modellen. De input naar deze modellen wordt van waarneembare markten genomen waar mogelijk, maar waar dit niet mogelijk is wordt een oordeel in het bepalen van de reële waarden vereist. De oordelen omvatten overweging van input zoals liquiditeitsrisico, kredietrisico en volatiliteit. Veranderingen in veronderstellingen over deze factoren kunnen de reële waarde van financiële instrumenten beïnvloeden. De waardering van financiële instrumenten is uitgewerkt in Toelichting 35.

Bijzondere waardeverminderingen van leningen en vorderingen
BinckBank stelt periodiek vast dat de reële waarde van de effectenportefeuille die als onderpand voor effectenkredieten dient voldoende dekking geeft voor dit krediet. Er is een eerste indicatie voor een bijzondere waardevermindering indien de effectenportefeuille onvoldoende dekking geeft voor het effectenkrediet. Op een individuele basis maakt BinckBank een inschatting van de toekom­stige kasstromen, opbrengsten van uitwinning van het onderpand na aftrek van transactiekosten en kosten om het krediet te incasseren. Periodiek beoordeelt BinckBank of er wijzigingen zijn opgetreden die een aanpassing van de voorziening bijzondere waardevermindering rechtvaardigen.

Bijzondere waardevermindering van goodwill
BinckBank bepaalt ten minste eenmaal per jaar of goodwill aan een bijzondere waardevermindering onderhevig is geweest. Dit vraagt om een schatting van de bedrijfswaarde van de kasstroom­genererende eenheden waaraan de goodwill wordt toegerekend. Voor de schatting van de bedrijfswaarde maakt BinckBank een schatting van de verwachte toe­komstige kasstromen van de kasstroom­genererende eenheid en bepaalt tevens een geschikte disconterings­voet, ter berekening van de contante waarde van die kasstromen.

Reële waarde van bij overname geïdentificeerde immateriële activa
BinckBank voert een waardebepaling uit van de identificeerbare immateriële activa die bij een acquisitie van een onderneming of activiteiten wordt verkregen. Voor de waardebepaling wordt gebruik gemaakt van kasstroommodellen en/of royaltymodellen. BinckBank doet aannames en projecties voor de opbrengst- en resultaat­ontwik­keling om de kasstromen te bepalen alsmede de te hanteren disconteringsvoet. Bij het gebruik van de royaltymethode wordt tevens een inschatting gemaakt van het geschikte royaltypercentage.
Op iedere balansdatum wordt nagegaan of er sprake is van een bijzondere waardevermindering.

Economische levensduur van immateriële activa en materiële vaste activa
BinckBank gebruikt standaard afschrijvings­perioden voor diverse groepen activa. BinckBank beoordeelt periodiek op individuele basis of de standaard afschrijvingsperiode nog aansluit met de economische levensduur van het actief. Tijdens het verbruik van het actief kunnen er situaties voor­doen, waardoor deze standaard afschrijvings­periode af gaat wijken van de werkelijk economische levensduur. Op het moment dat deze afwijking geconstateerd is wordt de resterende boekwaarde van het actief lineair afgeschreven over de herziene resterende economische levensduur.

Latente belastingvorderingen
Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winsten zullen worden gegenereerd die kunnen worden gebruikt voor verliescompensatie met in het verleden geleden belastbare verliezen.