Bezoldiging van het bestuur
Bezoldigingsbeleid 2008
Tijdens de jaarlijkse algemene vergadering van 2008 is het gewijzigde bezoldigingsbeleid voor het bestuur en de daarin vervatte regeling terzake bezoldiging in de vorm van aandelen, conform het principe uit de Nederlandse corporate governance code van 2003 over de vaststelling en openbaarmaking van de bezoldiging en artikel 2:135 BW, vastgesteld respectievelijk goedgekeurd door de algemene vergadering (“het Bezoldigingsbeleid 2008”). Het Bezoldigingsbeleid 2008 was gebaseerd op de Nederlandse corporate governance code van 2003.
Bezoldigingsbeleid 2009
Ter gelegenheid van de jaarlijkse algemene vergadering van 2009 is een beperkte wijziging van het Bezoldigingsbeleid 2008 vastgesteld en (voorzover vereist) goedgekeurd (“Bezoldigingsbeleid 2009”). De wijziging van het Bezoldigingbeleid 2008 hield een aanpassing in van de samenstelling van de referentie groep.
Het Bezoldigingsbeleid 2009 is gebaseerd op de Nederlandse corporate governance code van 2003. Bij de beperkte wijziging van het Bezoldigingsbeleid 2008 waartoe tijdens de jaarlijkse algemene vergadering van 2009 is besloten (en resulteerde in het Bezoldigingsbeleid 2009), is de nieuwe inhoud van de Code derhalve niet verdisconteerd. BinckBank heeft de ontwikkelingen die zich in 2009 hebben voorgedaan op het gebied van bezoldiging willen afwachten alvorens deze te implementeren in een nieuw vast te stellen bezoldigingsbeleid. Dit is een verstandig besluit gebleken aangezien de maatschappelijke discussie over beloningen van bestuurders het gehele jaar 2009 heeft voortgeduurd.
Bezoldigingsbeleid 2010
De kredietcrisis heeft in 2009 geresulteerd in een aantal aanbevelingen voor de bezoldiging van bestuurders en hoger management. Nadat de Nederlandse corporate governance code (“de Code”) eind 2008 was aangepast, hebben De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in 2009 een aantal aanbevelingen op het vlak van bezoldiging gedaan. Deze aanbevelingen hebben hun weerslag gekregen in de Code Banken en de Principes voor een beheerst beloningsbeleid.
De raad van commissarissen heeft het bezoldigingsbeleid daarom opnieuw moeten beoordelen en is tot de conclusie gekomen dat het Bezoldigingsbeleid 2009 dient te worden herzien. Om deze reden zal de raad van commissarissen tijdens de algemene vergadering van 2010 een nieuw bezoldigingsbeleid ter vaststelling voorleggen (“Bezoldigingsbeleid 2010”).
In het Bezoldigingsbeleid 2010 zal rekening worden gehouden met relevante maatschappelijke ontwikkelingen op dit vlak. Voorts zal, de specifieke aard van de onderneming in ogenschouw genomen, het Bezoldigingsbeleid 2010 in lijn zijn met de inhoud van de diverse aanbevelingen in de Code, de Code banken en de Principes voor een beheerst beloningsbeleid. Het Bezoldigingsbeleid 2010, met beoogde datum inwerkingtreding van 1 januari 2010, kent als bezoldigingcomponenten een vast bruto jaarsalaris, een variabele korte termijn beloning, een variabele lange termijn beloning, een pensioenvoorziening, een WAO-excedent verzekering, een auto leaseregeling en vergoeding van mobiele telefoonkosten.
Het vaste bruto jaarsalaris wordt door de raad van commissarissen vastgesteld binnen een aangegeven kader. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de taken en verantwoordelijkheden van de voorzitter en die van de overige leden van het bestuur.
De variabele korte termijn beloning is een bruto beloning in contanten die, naast het vaste bruto jaarsalaris, over een kalenderjaar (pro rata) aan een bestuurder kan worden toegekend en maximaal 1/3 van het vaste bruto jaarsalaris beloopt. De toekenning van een variabele korte termijn beloning is afhankelijk van de mate waarin de gebudgetteerde gecorrigeerde netto jaarwinst is gerealiseerd. Voor een toekenning van een variabele korte termijn beloning dient minimaal 80% van de gebudgetteerde gecorrigeerde netto jaarwinst te zijn gerealiseerd.
Een variabele lange termijn beloning is een variabele bruto beloning in gewone aandelen BinckBank die, naast het vaste bruto jaarsalaris en een eventuele variabele korte termijn beloning, over een kalenderjaar (pro rata) aan een bestuurder kan worden toegekend. Een variabele lange termijn beloning beloopt maximaal 2/3 van het vaste bruto jaarsalaris.
Een variabele lange termijn beloning is voor 50% afhankelijk van de mate waarin door de raad van commissarissen vastgestelde, op de lange termijn gerichte, kwalitatieve jaarlijkse doelstellingen – naar het discretionaire oordeel van de raad van commissarissen – zijn gerealiseerd en voor 50% afhankelijk van de mate waarin dergelijke kwantitatieve doelstellingen zijn gerealiseerd. De bestuurder wordt bij toekenning van een variabele lange termijn beloning gebonden aan een lock-up regeling van vijf kalenderjaren.
Bestuurders nemen deel aan een pensioenregeling waarbij jaarlijks 20% van het bruto jaarsalaris door de onderneming als pensioenpremie wordt afgedragen voor een beschikbare premieregeling. BinckBank neemt 50% van de premie van de WAO-excedent verzekering voor haar rekening die recht geeft op maximaal 70% van het laatstverdiende salaris. De premie bedraagt 2,3630% van het verzekerde bedrag per jaar.
Bestuurders nemen deel aan de bij BinckBank toepasselijke auto leaseregeling en vergoeding van mobiele telefoonkosten.
De raad van commissarissen, althans BinckBank, heeft bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een bestuurder binnen één kalenderjaar na toekenning van een variabele lange termijn beloning de bevoegdheid de variabele lange termijn beloning (al dan niet gedeeltelijk) van de bestuurder terug te vorderen.
De raad van commissarissen heeft de bevoegdheid om bij toekenning van een variabele korte termijn beloning en/of een variabele lange termijn beloning te differentiëren tussen de verschillende bestuurders. Hierbij is relevant dat door de raad van commissarissen vastgestelde doelstellingen collectief van aard zijn.
De raad van commissarissen heeft, naast haar overige in het Bezoldigingsbeleid 2010 geformuleerde discretionaire bevoegdheden, de bevoegdheid de waarde van een in een eerder kalenderjaar toegekende variabele bezoldigingscomponent beneden- of bovenwaarts aan te passen, wanneer deze naar het oordeel van de raad van commissarissen tot onbillijke uitkomsten leidt vanwege bijzondere omstandigheden in de periode waarin de vooraf vastgestelde prestatiecriteria zijn of dienden te worden gerealiseerd.
De raad van commissarissen heeft de bevoegdheid een variabele beloning die is toegekend op basis van onjuiste (financiële) gegevens terug te vorderen van de bestuurder (claw back clausule).
Een eventuele vertrekregeling bij ontslag van een bestuurder beloopt maximaal eenmaal het vaste bruto jaarsalaris van de bestuurder. Indien dit maximum voor een bestuurder die in zijn eerste benoemingstermijn wordt ontslagen kennelijk onredelijk is, kan deze bestuurder in dat geval in aanmerking komen voor een ontslagvergoeding van maximaal tweemaal het vaste bruto jaarsalaris.
Begin van de pagina ↑
|
|